Hoe meet ik mijn hond op?

 

Uw hond moet mooi rechtstaan tijdens de meting. Neem een flexibel meetlint om op te meten. U dient ook de hond verschillende keren op te meten en daarvan neemt u het gemiddelde.

 

1. Ruglengte

Meet vanaf het einde van de nek (tussen de schouderbladen) tot aan het begin van de staart. Volg de rugwervels van uw hond met het meetlint. 

 

2. Nekomtrek

Meet de omtrek van de nek op het breedste gedeelte.

 

3. Borstomtrek

Meet rondom de borstkas op het laagste gedeelte. Hou ongeveer 2 tot 3 vingers afstand van de voorpoten.

 

4. Lendenomtrek

De taille meet u op het smalste deel van uw hond. Bij een reu moet u meten vòòr het voortplantingsorgaan, d.w.z. meer opschuiven richting de voorpoten.